Onderzoek Belastingdienst naar buitenlands vermogen

Sinds 2002 zoekt de Belastingdienst actief naar (verzwegen) buitenlandse bankrekeningen en buitenlands onroerend goed. Aan dit onderzoek is de zogenoemde inkeerregeling verbonden, die de belastingplichtige de mogelijkheid biedt om alsnog buiten de belastingaangifte gehouden rente en vermogen boetevrij aan te geven.

 

Als Nederlands belastingplichtige dient u op uw aangiftebiljet ook uw in het buitenland aangehouden spaartegoeden en buitenlands onroerende goed op te geven. Als inwoner van Nederland wordt immers uw wereldinkomen belast.

 

Aangezien sprake is van buitenlands inkomen/vermogen mag de fiscus de inkomsten- c.q. vermogensbelasting
over de niet opgegeven rente/vermogen in principe 12 jaar navorderen (in plaats van 5 jaar, wanneer er sprake
is van verzwegen binnenlands inkomen/vermogen). Vanaf 2001 kan door de Belastingdienst nagevorderd worden over het forfaitaire rendement (4%) van het buitenlands vermogen (de vermogensrendementsheffing). Naast de verschuldigde belasting brengt de Belastingdienst ook nog rente in rekening over de destijds verschuldigde belasting (heffingsrente).

 

Sinds een aantal jaren vindt er binnen de lidstaten van de Europese Unie tussen de belastingdiensten uitwisseling van financiŽle gegevens plaats. De Belastingdienst beschikt inmiddels over duizenden akten van aanĖ en verkoop van onroerend goed in Frankrijk, Spanje, ItaliŽ en Portugal. In 2005 heeft de Nederlandse Belastingdienst met Turkije een verdrag gesloten voor uitwisseling van informatie over onroerend goed in Turkije.

 

De Belastingdienst denkt dat er miljoenen euroís aan zwart geld in de aankoop van vakantiehuizen in het
buitenland zijn gestoken. Het vermogen van Nederlanders op buitenlandse bankrekeningen wordt door
deskundigen geschat op minimaal 50 miljard euro.

 

Door de Belastingdienst wordt gesteld dat het opzettelijk niet of onjuist aangeven van vermogen in het
buitenland gelijk staat aan het begaan van een misdrijf. Door op tijd gebruik te maken van de inkeerregeling
kunt u voorkomen dat de inspecteur u zware sancties oplegt als hij de betreffende onjuistheid zelf ontdekt.
De sancties kunnen dan bestaan uit het opleggen van (hoge) vergrijpboeten (maximaal 100%) of het instellen
van strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie.

 

Navorderingstermijn

Fictief rendement

 

Geen generaal pardon in Nederland.

 

In 2006 zijn er door kamerleden vragen gesteld aan de Minister van FinanciŽn of er op het Ministerie plannen bestaan op het gebied van een generaal pardon voor zwartspaarders in het buitenland.

 

De minister van FianciŽn antwoordde als volgt:

Op de vraag of er op FinanciŽn plannen zijn om een fiscaal generaal pardon te verlenen voor Nederlanders met zwarte spaartegoeden in het buitenland kan ik ontkennend antwoorden.Volgens berichtgeving in de pers heeft de Italiaanse amnestieregeling bij het vrijwillig melden van zwarte buitenlandse tegoeden geleid tot een aanzienlijke ďrepatriŽringĒ van zwarte buitenlandse tegoeden terug naar ItaliŽ. Ook de Belgische regering heeft in september plannen goedgekeurd om een belastingamnestie in te voeren per 1 januari 2004. Deze plannen zijn echter niet onomstreden. Vanuit Europees rechtelijk oogpunt zijn er bezwaren omdat voor de toepassing van de amnestie met een gunstige als voorwaarde geldt, dat buitenlandse tegoeden worden geÔnvesteerd in de Belgische economie. Een ander bezwaar is dat fraudeurs door de amnestieregeling gunstiger zouden worden behandeld dan eerlijke belastingplichtigen. Het is de vraag hoe de Belgische regeling er uiteindelijk uit komt te zien en wat de uiteindelijke resultaten zullen zijn.

Het beleid van FinanciŽn is daarentegen erop gericht om Nederlanders met zwart vermogen in het buitenland stevig aan te pakken en, via gerichte publicitaire acties, het beroep op de zogenaamde inkeerregeling te stimuleren. De inkeerregeling houdt in dat belastingplichtigen die besluiten hun zwarte vermogen spontaan bij de Belastingdienst te melden, niet strafrechtelijk worden vervolgd (als dat aan de orde zou zijn) en geen boete hoeven te betalen. Wel moeten ze alsnog de belasting betalen die ze in het verleden hebben ontdoken. Het gaat dan om inkomstenbelasting in box 1 (tegen maximaal het tarief van 52%) en box 3 (vermogensrendementsheffing tegen 30%). Voor belasting verschuldigd over jaren voor 2001 gaat het om inkomstenbelasting (tegen het in de betrokken jaren geldende progressieve tarief) en om vermogenbelasting (tarief van rond de 0,7%).

Een generaal pardon zou niet alleen rechtsongelijkheid betekenen ten opzichte van degenen die hun tegoeden altijd netjes hebben aangegeven maar ook ten opzichte van degenen die inmiddels zijn beboet, strafrechtelijk vervolgd of gebruik hebben gemaakt van de inkeerregeling. Verder zal vanaf 1 januari 2005 de spaarrenterichtlijn worden toegepast. Op basis van deze richtlijn zullen de Europese lidstaten informatie gaan uitwisselen over grensoverschrijdende rentebetalingen aan natuurlijke personen. Enkele lidstaten zullen in plaats daarvan gedurende een overgangstermijn op deze rentebetalingen

Tekstvak:  Financieel OnderzoeksBureau Apeldoorn

Buitenlands vermogen

Onderzoek Belastingdienst naar buitenlands vermogen

Sinds 2002 zoekt de Belastingdienst actief naar (verzwegen) buitenlandse bankrekeningen en buitenlands onroerend goed. Aan dit onderzoek is de zogenoemde inkeerregeling verbonden, die de belastingplichtige de mogelijkheid biedt om alsnog buiten de belastingaangifte gehouden rente en vermogen boetevrij aan te geven.

 

Als Nederlands belastingplichtige dient u op uw aangiftebiljet ook uw in het buitenland aangehouden spaartegoeden en buitenlands onroerende goed op te geven. Als inwoner van Nederland wordt immers uw wereldinkomen belast.

 

Aangezien sprake is van buitenlands inkomen/vermogen mag de fiscus de inkomsten- c.q. vermogensbelasting
over de niet opgegeven rente/vermogen in principe 12 jaar navorderen (in plaats van 5 jaar, wanneer er sprake
is van verzwegen binnenlands inkomen/vermogen). Vanaf 2001 kan door de Belastingdienst nagevorderd worden over het forfaitaire rendement (4%) van het buitenlands vermogen (de vermogensrendementsheffing). Naast de verschuldigde belasting brengt de Belastingdienst ook nog rente in rekening over de destijds verschuldigde belasting (heffingsrente).

 

Sinds een aantal jaren vindt er binnen de lidstaten van de Europese Unie tussen de belastingdiensten uitwisseling van financiŽle gegevens plaats. De Belastingdienst beschikt inmiddels over duizenden akten van aanĖ en verkoop van onroerend goed in Frankrijk, Spanje, ItaliŽ en Portugal. In 2005 heeft de Nederlandse Belastingdienst met Turkije een verdrag gesloten voor uitwisseling van informatie over onroerend goed in Turkije.

 

De Belastingdienst denkt dat er miljoenen euroís aan zwart geld in de aankoop van vakantiehuizen in het
buitenland zijn gestoken. Het vermogen van Nederlanders op buitenlandse bankrekeningen wordt door
deskundigen geschat op minimaal 50 miljard euro.

 

Door de Belastingdienst wordt gesteld dat het opzettelijk niet of onjuist aangeven van vermogen in het
buitenland gelijk staat aan het begaan van een misdrijf. Door op tijd gebruik te maken van de inkeerregeling
kunt u voorkomen dat de inspecteur u zware sancties oplegt als hij de betreffende onjuistheid zelf ontdekt.
De sancties kunnen dan bestaan uit het opleggen van (hoge) vergrijpboeten (maximaal 100%) of het instellen
van strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie.

 

Navorderingstermijn van 12 jaar naar 5 jaar?

De kans is groot dat de Belastingdienst de termijn voor navordering van achterstallige belasting op buitenlands inkomen en vermogen moet verminderen van twaalf naar vijf jaar.

De mogelijke tegenvaller voor de Belastingdienst volgt uit een advies van advocaat-generaal Peter Wattel bij de Hoge Raad (zie bijgaand artikel).
Hij concludeert dat er geen goede redenen zijn om twee verschillende termijnen te gebruiken voor navorderingen. Een dergelijk onderscheid lijkt in strijd met de Europese regels voor vrij kapitaalverkeer. Hij adviseert de Hoge Raad dan ook om het Europees Hof van Justitie in Luxemburg om opheldering te vragen. In veel gevallen, en vooral bij Europese wetgeving, neemt de Hoge Raad het advies over.
Wattel vindt het niet langer juist om twee aparte navorderingstermijnen te hanteren, omdat de meeste
belastingdiensten elkaar al langer bijstaan bij het vergaren van informatie over de uitbetaalde rente op spaargelden van ingezetenen van andere EU-lidstaten. Onder de Europese spaarrichtlijn is dat alleen maar toegenomen en vergemakkelijkt. Alleen landen met een bankgeheim, zoals Luxemburg, BelgiŽ en Oostenrijk, doen dat niet.

Wat betekent dit in de praktijk?

Wanneer ik akkoord ga met de berekening van de Belastingdienst van de verschuldigde belasting en heffingsrente over de jaren vanaf 1995 dan wordt door de Belastingdienst een zogenaamde vaststellingsovereenkomst of een overeenkomst ďvastlegging afsprakenĒ opgemaakt. In deze overeenkomst verklaren de drie partijen, te weten de belastingplichtige, de inspecteur en ik als adviseur zich tegenover elkaar te binden ten aanzien van de na te vorderen belasting en heffingsrente.

De fiscale gevolgen (enkelvoudige belasting en heffingsrente) van de overeenkomst worden volledig verwerkt in ťťn op te leggen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000 door de inkomsten in box 3 te verhogen.

Partijen komen ook overeen dat tegen deze navorderingsaanslag geen bezwaar en/of beroep wordt aangetekend en de navorderingsaanslag zal bovendien niet ambtshalve worden verminderd om welke reden dan ook.

Omdat momenteel de navorderingstermijn van 12 jaar ter discussie staat (de Hoge Raad zal binnenkort hierover uitspraak doen) is in de overeenkomst opgenomen dat u zich het recht voorbehoudt om in bezwaar/beroep te komen tegen de op te leggen navorderingsaanslag, waarbij het bezwaar/beroep echter alleen betrekking kan hebben op de bevoegdheid van de inspecteur om na te vorderen over een periode van 12 jaar.

Ik adviseer u om, na ontvangst van de navorderingsaanslag vermogensbelasting, mij zo spoedig mogelijk een fotokopie van het aanslagbiljet toe te sturen. Ik zal dan namens u binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet bij de inspecteur een bezwaarschrift tegen de aanslag indienen ter behoud van rechten.

Tegen de navorderingsaanslagen over de oudste 7 jaren kan dan een bezwaarschrift worden ingediend, welke bezwaarschriften pas door de Belastingdienst zullen worden afgedaan wanneer door de Hoge Raad onherroepelijk uitspraak is gedaan.

U moet er wel rekening mee houden dat de Belastingdienst geen uitstel van betaling zal verlenen, zodat u alle aanslagen zal moeten betalen.

Beslist de Hoge Raad dat de termijn van 12 jaar wordt verminderd naar 5 jaar, dan worden door de Belastingdienst de oudste aanslagen vernietigd en worden de reeds ten onrechte betaalde bedragen door de Belastingdienst† teruggegeven.

 

Fictief rendement

Tot 2001 werden de inkomsten uit vermogen (rente, coupons, dividend) belast voor de inkomstenbelasting.

Bepaalde buitenlandse beleggingsinstellingen keren geen rente uit.

Op grond van de fictiefrendementregeling wordt door de Belastingdienst jaarlijks een bepaalde minimumrendement op aandelen/participaties in een buitenlandse beleggingsinstelling als dividend belast.

Het fictieve rendement wordt berekend over de waarde van de aandelen/participaties per 1 januari.

De hoogte van het fictieve rendement is afhankelijk van het soort belegging dat in de beleggingsinstelling aanwezig is:

- Het fictieve rendement bedraagt in beginsel 6% (als de bezittingen van het fonds voor meer dan 50% bestaan uit schuldvorderingen);

- Dit percentage van 6% wordt verlaagd tot 4,8% indien blijkt dat het fonds minder dan 50% heeft belegd in obligaties en andere schuldvorderingen (en dus bijvoorbeeld tenminste 50% in aandelen). De bewijslast voor dit lagere percentage ligt bij de belastingplichtige!.

Aandelen/participaties die slechts een gedeelte van het jaar in het bezit van de belastingplichtige zijn, krijgen een tijdsevenredig percentage (per hele maanden) toegerekend.

Indien de buitenlandse beleggingsmaatschappij wel een deel van de door haar genoten opbrengsten uitkeert maar minder dan het percentage van 6% of 4,8%, dan wordt het fictieve rendement gesteld op het verschil tussen het percentage van 6% of 4,8%, en het in werkelijkheid uitgekeerde bedrag.

 

Geen generaal pardon in Nederland.

In 2003 zijn er door kamerleden vragen gesteld aan de Minister van FinanciŽn of er op het Ministerie plannen bestaan op het gebied van een generaal pardon voor zwartspaarders in het buitenland.

De minister van FianciŽn antwoordde als volgt:

ďOp de vraag of er op FinanciŽn plannen zijn om een fiscaal generaal pardon te verlenen voor Nederlanders met zwarte spaartegoeden in het buitenland kan ik ontkennend antwoorden.Volgens berichtgeving in de pers heeft de Italiaanse amnestieregeling bij het vrijwillig melden van zwarte buitenlandse tegoeden geleid tot een aanzienlijke ďrepatriŽringĒ van zwarte buitenlandse tegoeden terug naar ItaliŽ. Ook de Belgische regering heeft in september plannen goedgekeurd om een belastingamnestie in te voeren per 1 januari 2004. Deze plannen zijn echter niet onomstreden. Vanuit Europees rechtelijk oogpunt zijn er bezwaren omdat voor de toepassing van de amnestie met een gunstige als voorwaarde geldt, dat buitenlandse tegoeden worden geÔnvesteerd in de Belgische economie. Een ander bezwaar is dat fraudeurs door de amnestieregeling gunstiger zouden worden behandeld dan eerlijke belastingplichtigen. Het is de vraag hoe de Belgische regeling er uiteindelijk uit komt te zien en wat de uiteindelijke resultaten zullen zijn.

Het beleid van FinanciŽn is daarentegen erop gericht om Nederlanders met zwart vermogen in het buitenland stevig aan te pakken en, via gerichte publicitaire acties, het beroep op de zogenaamde inkeerregeling te stimuleren. De inkeerregeling houdt in dat belastingplichtigen die besluiten hun zwarte vermogen spontaan bij de Belastingdienst te melden, niet strafrechtelijk worden vervolgd (als dat aan de orde zou zijn) en geen boete hoeven te betalen. Wel moeten ze alsnog de belasting betalen die ze in het verleden hebben ontdoken. Het gaat dan om inkomstenbelasting in box 1 (tegen maximaal het tarief van 52%) en box 3 (vermogensrendementsheffing tegen 30%). Voor belasting verschuldigd over jaren voor 2001 gaat het om inkomstenbelasting (tegen het in de betrokken jaren geldende progressieve tarief) en om vermogenbelasting (tarief van rond de 0,7%).

Een generaal pardon zou niet alleen rechtsongelijkheid betekenen ten opzichte van degenen die hun tegoeden altijd netjes hebben aangegeven maar ook ten opzichte van degenen die inmiddels zijn beboet, strafrechtelijk vervolgd of gebruik hebben gemaakt van de inkeerregeling. Verder zal vanaf 1 januari 2005 de spaarrenterichtlijn worden toegepast. Op basis van deze richtlijn zullen de Europese lidstaten informatie gaan uitwisselen over grensoverschrijdende rentebetalingen aan natuurlijke personenĒ.